Reizend het nieuwe jaar in!
Jullie hebben lang moeten wachten op een nieuw verhaal, maar zonder gekheid...we hebben het best druk gehad! Het einde van de reis komt alweer in zicht, dus we zijn op dit moment gebonden aan een strak reisschema en dat gaat helaas soms ten koste van een beetje chillen met je laptop op schoot. Gelukkig hebben we vandaag 6 uur de tijd omdat we in de bus zitten naar de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh.
Eerst maar even terug naar de laatste dag van 2011. We hadden na onze natte kerst geen zin om ook oud en nieuw in de regen door te brengen, dus met de weersvoorspellingen bij de hand zochten we de ultieme plek. De beste plek bleek het surfoord Mui Né te zijn, maar daarvoor moesten we wel een flinke reis naar het zuiden maken. We kozen er dan ook voor om opnieuw te vliegen.
Op 31 december stonden we om 5 uur naast ons bed en een kwartier later zaten we in de taxi naar Danang, dat op ongeveer drie kwartier rijden van onze verblijfplaats Hoi An ligt. De vlucht naar Saigon was slechts vijftig minuten, dus het eerste deel van de dag ging redelijk vlot. Onze eerste kennismaking met Saigon was niet aangenaam, omdat de taxichauffeur zijn meter op High Speed had gezet en we dus voor een klein half uurtje taxi bijna 30 euro kwijt waren. Erwin maakte de chauffeur nog even uit voor rotte vis, maar het Engels van de chauffeur was niet zo goed ontwikkeld als zijn oplichtingskwaliteiten.
Op het busstation van Saigon kregen we te maken met een grote chaos. Mensen werkten zich al duwend en trekkend door de hal heen. Wij beschaafde Nederlanders die gewend zijn aan persoonlijke ruimte hadden het zwaar om iedereen te ontwijken. Vietnamezen zijn gek op dringen en ook voordringen! Roos werd in het toilet twee keer opzij geduwd door dames die voordrongen. Uiteindelijk hielp haar boze en geÏrriteerde blik haar om anderen op afstand te houden. We besloten om de blik vast te houden en niet meer te stoppen uit vriendelijkheid, maar gewoon met de meute mee te gaan, en dringen! Een drukke jongeman die op nogal agressieve manier probeerde af te dwingen om onze buskaartjes te controleren heeft daar waarschijnlijk nog last van omdat Erwin met een flinke pas dwars door hem heen liep (Erwin + rugzak= 105 kg x flinke pas= pijn voor de getroffene).
Bij de bus aangekomen waren we getuige van dierenleed. Een man had vijf levende schapen in zakken gekocht en die moesten mee op zijn brommer. Vietnamezen houden van vers voedsel, en wat is er nou verser dan een levend beest kopen en dan thuis slachten? Alleen de koppen van de beesten waren te zien en we begrijpen waarom het spreekwoord ''zo mak als schapen'' bestaat, want het leek ze niets te doen. Hoe krijg je vijf schappen op een brommer vraag je je af. Hierbij een kort verslag:
Je bevestigt een balk in de breedte op je brommer, daar bovenop leg je een klein vlonder. Je hangt aan de uiteinden van de balk twee schapen voor een goede balans. Op de vlonder passen er twee naast elkaar. De vijfde was zelfs voor de eigenaar even denken, maar al snel vond hij een plekje tussen zijn eigen benen, waardoor hij net bij de kickstarter kon, maar daarbij wel het schaap een schop gaf. Nou..... en dan rijden maar!
In de bus maakte Erwin nog even ruzie met de kaartjesverkoper, omdat we op zijn plek waren gaan zitten. Hij in het Vietnamees en Erwin in het Nederlands. Ze leken geen klik te hebben! Het was een chaos om de stad uit te komen, heel heet en vochtig, maar gelukkig stonden de ramen op wat in ieder geval een verfrissende bries gaf (en een coupe wervelwind).
Na een aantal uren krap zitten werden we op een rotonde bij Phan Thiet uit de bus gezet en gewezen op een busstation dat vijfhonderd meter verder zat. Hier pakten we de bus naar onze laatste halte Mui Né, wat nog een uur rijden was. We bereikten het strandoord even voor zonsondergang, waarna er bijna een probleem ontstond, want er was amper accomodatie meer beschikbaar. We vonden uiteindelijk de laatste kamer, die op zich prima was, maar geen airco had.
Na een douche en een goede maaltijd liepen we tegen een hippe tent aan waar een goede DJ stond te draaien. Dit zou onze plek worden om oud en nieuw te vieren. Het was een openluchtbar, die je vooral in jetset oorden ziet. Denk wit, verlichte barren, loungebanken en een grote vijver. Er was zelfs een rode loper voor nóg meer glamour ;) Wij zochten de strandbar op, waar we cocktails en heerlijke koude biertjes dronken met uitzicht op zee. De mensen die op het feest afkwamen was een gemeleerd gezelschap van surfers, backpackers, rijke Vietnamezen en heel veel Russen. We dansten en dronken ons het nieuwe jaar in (helaas zonder vuurwerk!). Aangezien we al heel vroeg op waren gestaan moesten we om 2 uur echt afhaken.
Pas op 2 januari vonden we een hotel met airco en een zwembad. De zee was te ruw om te zwemmen en de wind te hard om op het strand te liggen, dus een zwembad was een must! De wind zorgde er wel voor dat er enorm veel aan kitesurfen gedaan werd, mooi om te zien! Het nieuwe hotel was een luxe verwennerij voor ons, maar helaas kreeg Roos hier de griep die ze tot nu toe met vodka had kunnen onderdrukken, waardoor ze een aantal dagen op bed lag in plaats van aan het zwembad. Door deze griep, die ze overigens van Erwin had gekregen vlak voor de kerst, waren we genoodzaakt om langer dan gepland in Mui Né te blijven. Uiteindelijk moesten we er na 5 dagen toch weg omdat het weekend er weer aan kwam, waardoor het hotel volgeboekt was. Mui Né is behalve Moskou aan Zee ook een populaire weekendbestemming voor de Vietnamezen, vandaar. We namen een bus naar Dalat dat in de bergen ligt, een rit van 4 uur. Erwin dacht dat de schone berglucht de longen van Roos goed zouden doen, maar had geen rekening gehouden met uitlaatgassen van de scooters.
Dalat heeft maar 110.000 inwoners, maar toch krijgen ze het voor elkaar om een enorme bak herrie te maken. Eén nacht kwamen we niet aan slapen toe, omdat we eerst lastig werden gevallen door een mug. Toen we het pokkebeest eindelijk hadden vermoord was het 1 uur 's nachts. Om 3 uur werden we opgeschrikt met een aanhoudende stroom aan brommers. 'Waar moeten al die mensen heen om 3 uur in de ochtend?!', schreeuwde Roos het uit. Roos had oordoppen in en Erwin begreep ineens waarom er twee kussens per persoon op het bed lagen en legde er één op zijn hoofd. In reviews over hotels en guesthouses hadden we al gelezen dat er veel geklaagd werd over herrie in de stad. Zelfs de duurste hotels kregen dit als bezwaar. We besloten dan ook te verkassen naar een hotel net buiten de stad en we sliepen die dag tot zonsondergang.
Dalat is ondanks de herrie een mooie stad in de bergen. De huizen zijn anders dan in de rest van Vietnam. Er staan prachtige villa's in plaats van hoge smalle huizen met alleen een geschilderde voorkant, zoals overal elders in Vietnam. De stad ligt op zo'n 1500 meter hoogte wat zorgt voor een eeuwig-lente-klimaat (en ook voor ontploffende cremetubes...). Helaas betekent lente vaak regen en koude avonden, maar overdag was het heel aangenaam. Uiteraard huurden we zelf ook een scooter en reden door de prachtige bergen. Het plan was om een duidelijke route te volgen, maar toen Roos in de verte een enorm gouden Boeddhabeeld zag weken we er van af en zochten op het navigatiegevoel van Roos de juiste weg. Het was geweldig want we reden door smalle steegjes die onverhard waren, over bruggetjes die 15 jaar geleden al onderhoud nodig hadden en langs kassen die vol met gladiolen stonden. De omgeving van Dalat is de bollenstreek van Vietnam, waardoor er midden in de stad een soort Keukenhof is aangelegd. Aangezien Erwin en Roos nog nooit in de Keukenhof geweest zijn en daar nu ook geen behoefte aan hadden, lieten we deze links liggen om weer de bergen in te gaan. We vonden een nonnenklooster, uniek in het communistische Vietnam waar bijna geen kloosters zijn. Er was ook een prachtige beeldentuin te zijn en absolute rust. De middag wilden we gebruiken om een waterval te bezoeken, maar eerst keerden we terug naar de stad om te lunchen. Midden in het centrum ligt een meer en het was ons al een paar keer opgevallen dat er veel mensen aan de kant van het meer stonden te kijken naar...... tja wat eigenlijk? Roos vroeg het aan de serveerster van het restaurant waar we gingen eten. De toeloop was een aantal dagen daarvoor ontstaan, omdat een man zelfmoord gepleegd had door zich te verdrinken.Twee reddingsbootjes waren al dagen op zoek naar het lichaam. Ook weer een typisch voorbeeld van de Vietnamese nieuwsgierigheid, om van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat dagenlang te gaan kijken hoe er naar een lichaam gezocht wordt. Gezelligheid! En je vraagt je af, moeten die mensen niet werken ofzo?! Na de lunch reden we opnieuw de bergen in om alsnog een waterval te bezoeken. Het bleek een commercieel opgezet park te zijn inclusief rodelbaan, die we moesten uitproberen. Leuk! Bij de waterval zou ook nog een kabelbaan zijn die tussen de kloven door zou gaan, maar helaas was deze in onderhoud.
Met de meest luxe bus die we tot nu toe gezien hebben reden we de volgende ochtend in 8 uur naar Saigon in de hoop dat de tweede ontmoeting met deze stad wat aangenamer zou zijn. Het bleek ook zo te zijn. We werden midden in het centrum afgezet waarna Erwin er snel achterkwam dat hij zijn trui en zijn hoed (hij kan echt niet meer zonder!) in de bus had laten liggen. Roos, die al de hele reis verbaasd is dat Erwin veel georganiseerder is dan overkomt, vormde direct een andere mening. Aangezien Erwin zich graag een zondagskind noemt had hij dankzij de inspanning van een dame van de busmaatschappij binnen een uur zijn spullen terug. In de tussentijd waren we heerlijk gedoucht en met hoed en trui gingen we bier drinken. Het centrum is druk met bars en restaurants die elkaar fel beconcurreren en gebruik maken van een bijna agressieve manier van mensen binnenhalen. Verder komt er, als je op een terras zit, om de 30 seconden iemand die boeken, zonnebrillen, sigaretten of wiet komt verkopen. Echte rust vonden we dus vooral in onze hotelkamer die zes hoog was, zonder lift! We kozen bewust voor deze hoogte omdat dit zorgde voor een goede nachtrust in deze hysterische stad, die 9 miljoen inwoners heeft, en 5 miljoen scooters! Dat zorgt wel voor enig geluid natuurlijk, laat staan voor gevaar voor je leven tijdens het oversteken.
Saigon is de grootste stad van Vietnam, ondanks dat het niet de hoofdstad is (voor de oplettende lezer, daar zijn we als eerste plek in Vietnam geweest ;)). Even een kleine geschiedenisles voor de liefhebbers! Saigon heet officieel sinds 1975 Ho Chi Minh City. Vernoemd naar de bevrijder van Vietnam, die het land na 100 jaar overheersing door de Fransen in 1945 onafhankelijk verklaarde. Echter was daarmee de onderdrukking niet afgelopen, maar de Fransen bleven zich bemoeien met het land en schuwden daarbij geen geweld. Het liep zo uit de hand dat halverwege de jaren 50 de Amerikanen zich ermee gingen bemoeien. Ze zetten een Christelijke leider neer in Zuidelijk Vietnam die in feite een marionnet was van de Amerikanen. De Vietnamezen en met name de Communistische Viet Cong kwamen in opstand en zo is de Vietnamoorlog begonnen. Dertien jaar lang hebben de Amerikanen Vietnam onderdrukt, en kregen de opdracht 'to destroy all, and to kill all'. In 1975 gaf Amerika het op en kwam er een einde aan de oorlog. Het in oorlogstijd door Amerikanen bezette Saigon werd omgedoopt tot Ho Chi Minh City om een nieuw tijdperk van onafhankelijkheid in te luiden. In de volksmond wordt de stad nog altijd Saigon genoemd.
We maakten de volgende dag een flinke stadswandeling, die begon met een Hindoe tempel, waar we opgelicht werden door mensen die wierook verkochten. Nog een beetje opgefokt (Erwin) gingen we verder naar het oorlogsmuseum dat gewijd is aan de Vietnamoorlog en vooral de lugubere rol die de Amerikanen daarin speelden. Uiteraard was het slechts één kant van het verhaal, maar onze magen draaiden om bij sommige foto's. Aangezien museumpersoneel recht schijnt te hebben op anderhalf uur lunchpauze hadden we maar een half uur de tijd om het museum te bezoeken, maar het was genoeg om bedrukt het gebouw te verlaten. Er waren foto's te zien van de martelingen, het moorden en platbranden van dorpen, maar ook van de gevolgen van de oorlog. Doordat de Amerikanen gifgas hebben gebruikt tijdens de oorlog, zijn veel mensen die na die tijd geboren zijn misvormd, missen ledematen of zien eruit als monsters. Vreselijk om te zien op een foto, maar ook op straat zie je in Vietnam veel mensen die misvormd zijn en geen armen en/of benen hebben. Vaak ook veroorzaakt door landmijnen die nog steeds overal verspreid liggen. Het is dan wel 36 jaar geleden, maar deze mensen raken de oorlog nooit meer kwijt.
We vervolgden onze weg om de gebouwen van twee andere religies te bezoeken. Een in rode baksteen gemetselde katholieke kerk was ook gesloten wegens de lunchpauze, dus gingen we zelf ook maar even van de gastronomie van het rijke gedeelte van Saigon genieten. Deze wijk staat vol 5 sterrenhotels en we bezochten een winkelcentrum met Versace, Jimmie Choo en Gucci winkels. Het gebeurt niet vaak, maar hier waren wij absoluut 'underdressed!' De moskee was niet groot en lag in de schaduw van het Sheraton en een ander 5 sterrenhotel. Een Indiër leidde ons rond, maar sprak zo slecht Engels dat de rondleiding weinig nut had. De vochtige warmte en twee paar vermoeide benen deed ons na dit bezoek besluiten terug te gaan naar het hotel.
Vietnamezen zitten 's avonds vaak buiten op straat te eten of te drinken. Op veel plaatsen worden terrasjes uitgebaat met lage tafeltjes en plastic tuinstoeltjes, die zo klein zijn dat wij ze zouden kopen als tuinstoeltjes voor kinderen. Het toerisme heeft er voor gezorgd dat er handige mensen zijn die goedkoop bier aanbieden op deze terrasjes, zodat het vol zit met gierige backpackers die gek zijn op een koopje. 450 ml ijskoud Saigon bier voor 40 cent is natuurlijk iedere alcoholist z'n natte droom!
Aangezien onze tijd echt krap begon te worden waren we genoodzaakt om de Mekongdelta en de Cu Chi tunnels met een georganiseerde tour te boeken. Helaas, want de tours bleken volgepropte toeristische kuddetours te zijn, inclusief herkenningsstickertjes op onze shirts. De Mekongdelta startte na een busreis van ongeveer twee uur. We gingen met een boot de Mekong op wat een mooi gevoel opleverde omdat het onze gedachten duizende kilometers terugbracht naar Laos waar we twee dagen over deze machtige rivier hebben gevaren. Verder was het vreselijk! We werden naar een eilandje gebracht waar we thee kregen en allerlei lekkernijen mochten proeven, waarna we tien hele minuten vrije tijd hadden om marktkraampjes te bekijken. Wat wel heel cool was, nou ja voor Roos dan, was dat je met een redelijk grote wurgslang om je nek op de foto mocht! Roos heeft het niet zo op slangen (wie wel?!) maar wilde haar angst overwinnen. Of dat gelukt is blijft de vraag, maar het levert in elk geval een erg stoere foto op! Hierna werden we getrakteerd op folkloristisch gezang onder het genot van verschillende soorten fruit en een kopje thee. Met roeibootjes die door een smal stroompje voeren werden we teruggevaren naar de grote boot. Het was een mooi tochtje, maar om nou met honderd bootjes in een geul te gaan varen die twee meter breed is.....
Onze boot vertrok naar een ander eiland waar we kokosnootsnoepjes mochten proeven. Deze keer kregen we er geen thee bij! Inmiddels hadden we flinke trek gekregen, dus de lunch kwam goed uit. Op het eiland hadden we een uur vrije tijd. Er was een krokodillenbassin wat wel de moeite waard was en je kon eventueel met een fiets het eilandje rond. Aangezien wij wat langer de tijd voor de lunch hadden genomen dan de rest van de groep kwamen wij niet meer aan fietsen toe, wat een geluk was want een Australiër die wel was gaan fietsen kon betalen omdat zijn fiets kapot gemaakt zou hebben. De Australiër gaf aan dat de fiets al half uit elkaar viel toen hij hem meenam, maar dat was blijkbaar geen argument. Ja, als Vietnamezen geld aan je kunnen verdienen, dan doen ze het.
De volgende dag stond er nog een kazige tour op het program. De Cu Chi tunnels zijn een beroemde plek waar iedereen kan zien hoe de Viet Cong tijdens de Vietnamoorlog hun guerilla konden voeren. Via een complex tunnelsysteem konden ze dicht bij Saigon komen wat dus de basis was van de Amerikanen. De tunnels werden ook gebruikt als schuilplek voor vrouwen, kinderen en ouderen. Als toerist kun je maar een klein deel zien, maar het complex van tunnels besloeg ongeveer 200 km en liep zelfs tot in Cambodja. De toerist wordt een documentaire aan het begin beloofd, maar het filmpje is pure propaganda voor de heldendaden van sommige Vietnamezen. Zo wordt er een meisje uitgelicht die de heldenstatus kreeg omdat ze zestien Amerikanen doodde en drie van hun tanks vernietigde. Het hoogtepunt, of eigenlijk het dieptepunt, is het betreden van de tunnels. Tachtig meter in een smalle gang (voor de Westerlingen iets breder gemaakt) onder de grond kruipen, ja kruipen, zo laag is het. Vietcong strijders leefden soms weken op deze manier onder de grond. Roos hield het na twintig meter kruipen voor gezien, waarna Erwin alleen doorging. Het werd krapper en krapper, warmer en warmer en zuurstof werd steeds schaarser. Erwin was doorweekt toen hij bovenkwam, maar weet nu in ieder geval zeker dat hij geen claustrofobie heeft. Het echte dieptepunt bij de Cu Chi tunnels is de mogelijkheid om met echte wapens te schieten op een schietbaan. Het geluid van de knallen is echt verschrikkelijk en we waren het er beiden over eens dat dit zeker niet door ons in stand gehouden zou worden.
Gelukkig was Cu Chi maar een halve dag zodat we onze laatste middag in Saigon op de markt konden besteden. Roos shopte naar hartelust met als grootste aanwinst een traditioneel Vietnamees servies dat zo zwaar is dat we deze zo snel mogelijk gaan opsturen...
We hadden nog erg graag een extra dag in Saigon willen blijven. Het is een heerlijke miljoenenstad, die heet en vochtig is, maar oh zo gezellig! Helaas liep ons visum vandaag af, waardoor we echt het land moesten verlaten.
Zoals gezegd, we zitten nu in de bus naar Phnom Penh. Anderhalf uur geleden zijn we de grens redelijk makkelijk overgegaan. Het is toch bijzonder om te zien dat je aan de andere kant van een grens meteen een andere bouwstijl ziet. Voor ons is grenzen over land passeren toch het allermooiste. Het vlakke landschap bestaat tot nu toe uit groene rijstvelden tot aan de horizon en af en toe zien we badderende waterbuffels. Mooi!
Hoe het ons verder vergaat....volgende keer zullen jullie lezen hoe Phnom Penh was en uiteraard hoe we één van de hoogtepunten van Cambodja, Angkor Wat, hebben ervaren.
Dikke knuffel van ons!
Rosanne en Erwin
Reacties
Reacties
Het is weer een heel mooi reis verslag,
Geniet er nog maar lekker van,
Groetjes Ria
Wat een super leuk verhaal om te lezen!
Ben blij dat ERW zijn trui en hoed terug heeft!! :)
Geniet er nog maar even van!!
Groetjes,
MAP
Weer genoten van jullie mooie verhalen. Wat zien, horen,voelen, ruiken jullie veel. Fijn dat je weer opgeknapt bent Roos! Veel plezier met jullie verdere reis!
Lieve groetjes, Gea en Adriaan
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}